Waar zijn onze bijen naartoe?
Tekst: David Galens
De honingbijenpopulatie is de laatste tijd regelmatig in het nieuws geweest omdat ze het tegenwoordig hard te verduren krijgt. Naast de bijensterfte, veroorzaakt door o.a. de Varroa-mijt, krijgen imkers nu ook nog eens te maken met verdwijnende bijenpopulaties.
Er worden in zulke gevallen praktisch geen dode exemplaren gevonden: van de diertjes ontbreekt dan gewoon elk spoor. Dit fenomeen, ook wel ‘Colony Collapse Disorder’ of ‘Verdwijnsyndroom’ genoemd, komt voor in verschillende werelddelen.
Sinds begin vorig jaar verschenen in de VS tal van berichten over de massale afname van de bijenpopulatie. Maar nu wordt het fenomeen ook steeds meer vastgesteld in het Verenigd Koninkrijk en het Europese vasteland waarbij verliezen tot 70% en meer geen uitzondering zijn.
Hoewel reeds verschillende mogelijkheden geopperd werden, is nog steeds niet duidelijk wat de eigenlijke oorzaak is van het ineenstorten van de bijenpopulaties. Geen van de tot nu toe naar voor geschoven oorzaken blijkt een afdoende verklaring te bieden. Lees meer en nog meer
Dennis van Engelsdorp (universiteit van Pennsylvania), die de opdracht kreeg om de mysterieuze verdwijning van bijen te onderzoeken, stelt: “We hebben nooit zo veel verschillende virussen tegelijk gezien. We hebben ook fungi, flagellaten en andere micro-organismen gevonden. Deze variëteit aan pathogenen is erg verwarrend”.
Van Engelsdorp neemt aan dat een aantasting van het immuunsysteem de ware oorzaak is van het fenomeen.
Ook professor Diana Cox-Foster (Penn State universiteit), lid van de CCD werkgroep, denkt dat het immuunsysteem van de bijen werd aangetast, met veel bijen die tegelijk meerdere infecties krijgen.
Een mogelijke oorzaak, die tot nu toe ten onrechte te weinig aandacht heeft gekregen, is de invloed van hoogfrequente elektromagnetische straling (microgolven). Dit soort straling blijkt een significante invloed te hebben op het gedrag, de communicatie en de navigatie van bijen.
De laatste jaren is de hoeveelheid EM straling in het leefmilieu explosief toegenomen door de verdere uitbreiding van GSM-netwerken, de introductie van UMTS en WiMAX, toenemend gebruik van draadloos internet, het wijdverspreid gebruik van DECT-toestellen (draadloze digitale huistelefoons) en militaire zendinstallaties zoals het HAARP-project in Alaska.
In Duitsland zijn wat betreft de invloed van straling op bijen al enkele onderzoeken uitgevoerd. In 2006 heeft een groep wetenschappers van de Koblenz-Landau universiteit een studie gedaan naar de invloed van DECT-straling op het gedrag van bijen. De test bestond eruit om bijen van verschillende kolonies uit te zetten en het aantal exemplaren te tellen die naar de korf terugkeerden binnen een bepaalde tijdsspanne.
Enkele bijenkorven werden continu blootgesteld aan DECT-straling, anderen werden gedeeltelijk afgeschermd en de overige korven werden helemaal niet bestraald.
Er bleek een verschil te zijn tussen de kolonies die blootgesteld waren en deze zonder blootstelling. Het aantal terugkerende bijen van de bestraalde kolonies lag merkelijk lager dan die van de niet-bestraalde.
Tussen de gedeeltelijk en volledig bestraalde kolonies bleek er geen noemenswaardig verschil.
De onderzoekers stellen dat meer onderzoek nodig is om te bepalen of het effect veroorzaakt werd door de lage pulsfrequentie of door de microgolven.
Een expert die zich al dertig jaar in deze materie verdiept, is Dr. Ulrich Warnke van de Saarland universiteit van Saarbrücken (zie o.a. www.broschuerenreihe.de voor één van zijn publicaties ter zake). Aan de hand van de resultaten van zijn eigen onderzoek en dat van andere wetenschappers komt Warnke tot de volgende conclusies:
-
Bijen bepalen hun koers vooral visueel door de verplaatsing van de zon t.o.v. de hemel te berekenen; bij gebrek daaraan gebruiken ze echter het gepolariseerd licht.
-
Gepolariseerd licht is een vorm van straling, dit maakt dat bijen mogelijk extra gevoelig zijn voor andere vormen van straling.
-
Bijen zijn in staat om kleine veranderingen van het aardmagnetisch veld en tevens heel zwakke magnetische velden waar te nemen. In het achterlijf van bijen zitten minuscule partikels magnetisch mineraal (magnetiet) die gebruikt worden voor de navigatie.
Om dezelfde reden hebben talloze andere diersoorten zoals bijvoorbeeld duiven eveneens magnetiet-deeltjes in hun lichaam. Ook bij de mens is er magnetiet aanwezig in hersenen en hersenvlies.
Magnetiet is een zeer goede geleider en staat bekend als een materiaal dat heel effectief microgolven (elektromagnetische golven met zeer hoge energie) absorbeert. Lichaamscellen die magnetiet bevatten nemen dan ook een aanzienlijk deel van deze energie op: tot 30%, dit in tegenstelling tot andere cellen die ongeveer 0,046% absorberen.
-
Door de bouw van het exoskelet van bijen fungeert deze als ontvanger van elektromagnetische golven en het zet de elektrische energie om in geluidsgolven (werking als halfgeleider en piëzo-elektrische eigenschappen).
-
Naast hoogfrequente golven produceert draadloze communicatietechnologie ook laagfrequente straling: de gepulste straling. Dit wil zeggen dat de straling voortdurend kortstondig onderbroken wordt.
Bij GSM/UMTS-telefonie gebeurt dat pulsen bijvoorbeeld 217 keer per seconde waardoor de pulsfrequentie 217 Hz bedraagt.
Dit heeft een mogelijke invloed op de communicatie van bijen: tijdens een communicatiedans bewegen ze met hun vleugels vibrerend in korte pulsen met een frequentie van ongeveer 180 tot 300 Hz. Die danstaal blijkt een akoestisch communicatiesysteem te zijn om bijvoorbeeld een voedselbron aan te geven.
Uit experimenten blijkt dat bijen een gehoororgaan bezitten in de antennes waarmee ze frequenties tot 1000 Hz kunnen horen.
De pulsfrequentie van mobiele telefonie kan dus mogelijk een verstoring van die communicatie veroorzaken.
- Stikstofmonoxide (NO) is een belangrijke intercellulaire signaalstof (neurotransmitter).
Bij bijen speelt NO o.a. een rol in het geurgevoel en leerprocessen. Het NO systeem kan (bij mensen) beïnvloed worden door magnetische en elektromagnetische golven.
Als dit ook het geval is voor bijen (wat heel waarschijnlijk is), kunnen problemen ontstaan met de oriëntatie en hun belangrijk leerproces.
Bovendien heeft NO ook een heel belangrijke functie in het immuunsysteem, en we weten dat diverse onderzoekers denken aan een aantasting van het immuunsysteem bij het mysterieuze verdwijnfenomeen bij bijen.
Dit alles wijst dus in de richting van een mogelijke negatieve invloed van draadloze communicatietechnologieën op honingbijen (mogelijk in combinatie met andere oorzaken, cf. interactie-effecten), ook al is wat dit betreft zeker nog meer onderzoek nodig.
Gezien de belangrijke ecologische en economische rol van honingbijen, stemmen de reeds beschikbare data alleszins al tot nadenken, vooral omdat de hoeveelheid EM straling in de toekomst waarschijnlijk nog zal toenemen.
Veel info is hier ook terug te vinden.
Bron

